De deuken in de vloer
tonen de zwaarte van het bed,
de strepen overdwars verraden
waar de kast werd neergezet.
Ik hoor de leegheid kraken
in mijn leren jas
en kijk naar buiten
waar adem condenseert
tegen het enkel glas.

Ik zie de inktvlek op de grond
en denk aan hoe die
in mijn pubertijd ontstond.
Nog éénmaal open ik
het ingekraste luik,
voorzichtig tastend onder
knisperend verwarmingsbuis,

mijn knieën knakken
als ik eindelijk wil gaan,
het luik blijft
kierend openstaan.

Uit: De voordracht"