Hier liepen wij
toen we nog kinderen waren,
op onze schoudertjes
het grote linnenrek,
de armen vol
verschoten veloursgordijnen
in onze jaszakken
verweerde knijpers
en een broodje spek.

In de zelfgebouwde tent
tussen de bessenstruiken
vertelden we elkaar
hoe spannend de vakantie was
met deuken in de knieën
van scherpe schelpjes
in ‘t geplette gras.

We fantaseerden
over blijven slapen
maar bij het uitproberen
achter ons eigen huis
vluchtten we nog
voor het donker was
bij ’t horen van
een egeltje
langs ons matras…


Uit de bundel "De voordracht" (2013)