Vol aandacht kijkt hij 
naar de dirigent
in zilverfolie vormgegeven,
het ragfijn webwerk
geweven om zijn handen
houdt zijn blik gevangen.

Dan spreekt hij uit
wat in hem opgeroepen wordt,
zo stond hij vroeger,
de armen als die dirigent,
ertussen strengen wol 
die zij tot kluwens wond,
zijn armen zwenkten 
op haar swingbeweging.
 
Nog voelt hij hoe de strengen
zijn handen met een streling
in de ruimte deden zweven
wanneer het zachte rood 
haar handen oversteeg,
het binnenin hem zingen bleef.


Uit de bundel "Strijklicht van violen" (2013)