Ik ging naar alkmaar om mijn jeugd te zien

zo zou ik willen zeggen dat het was

de waarheid is dat de sleutelplekken uit mijn geboortestad

door tijd en management langzaam en in fasen voorgoed zijn weggezeefd

waar is mijn basisschool gebleven

waar is de lage en verweerde zittribune van mijn oude voetbalclub

waar vooral kan ik de sporen van mijn vader volgen

nu de school waar hij zijn leven lang gewerkt heeft, is afgebroken

en de speelplaats waar hij veertig jaar zijn ronde maakte,

heeft plaatsgemaakt voor nieuwbouw, die natuurlijk nodig is,

maar die nergens meer mijn vroeger ik aanraakt

ik weet het is onredelijk te eisen dat jouw stad weer een garantie voor intact verleden geeft

ik ben hier ooit vandaan gegaan maar telkens als ik er terugkeer, is het alsof de stad van toen door vooruitgang en vernieuwing met vernuft mijn aderen verlaten heeft.

Ik zou nog willen gluren door de hoge ramen van de Lourdesschool waar op zijn vrije zaterdag mijn vader wel eens door de lange gangen liep.

mij vertellend over de geschiedenis van ieder kleur doorschoten klaslokaal.

zo'n lege school op zaterdag dat was de echte stadsmagie.

ik vond de wereld van mijn vader terug in ieder smeuïg schoolverhaal.

de echo van zijn stem nadat hij speciaal voor mij in die berstens lege school de klok van half negen schrapend schallen.

buiten vlogen mussen op, wortelscheuten van een eik hadden bulten in de tegels van het plein gemaakt.

daarover struikelden dan op doordeweekse dagen al die rennende scholieren.

op de stille zaterdagen ben ook ik over de verschikte tegels vaak gevallen

deed mijn knie veel pijn, dan nam mijn vader mij troostend mee naar het spektakel van verdieping twee.

daar overzag ik buiten adem heel de stad ook al was dat in mijn onvoldragen fantasie, maar toch.

de Lourdesschool aan de Vondelstraat was voor mij rijksmonument.

de parel van het overdie

Ik wil nog wel eens terug, de textuur van baksteen, de nagalm van de jaren 20 30, de school van meester Zwagerman, drommen kinderen aan zijn oud bureau.

met op de klasdeur een prent van een of ander mythisch dier met daaronder een maffe tekst, een grapje van mijn pa. Waar is nu alles, de school, de klok die schalde, de lange gangen,barend in het Hollands licht. Ik zoek er naar steeds weer, ik jaag het in mijn ouder worden naar en vind het niet en nooit terug.

Die onstilbare aanwezigheid maakt dat ik bij ieder weerzien met de stad steeds een stukje minder wil bestaan.