Het noodlot, het menselijk denken en gedrag
verbazen ons telkenmale, bijna elke dag,
schepen ons op met 'n lange staart,
waar niets het afgeslagen hoofd evenaart.
Zij laten ons vaak de dwaze doener,
de moordenaar van de leerzame verzoener.
Maar de twee altijd nieuwen worden nooit slecht,
en hun onbreekbare band is immer hecht.
Heilloos koesteren velen hun geërfde lot,
helaas niet zelden uit de tijd, of iets te zot,
vastgeklampt aan de droom van de oude nacht,
betoverd door 'n stevig gevestigde macht.
Zij blijven het steeds weer proberen
het 'onheil' van de nieuwe dag te keren.
Maar de twee altijd nieuwen zijn niet te koop,
en hun integere tred geeft ons goede hoop.