P A T R O L O G I E

[ V A D E R L E E R ]

Tenslotte laten wij ons ten gronde
kennen als zand. Mijn broer
veegt het met borstels die jouw broer
bezigt om halzen in te zepen uit
onze kiezen en blaast – kapper
des doods – de holtes van ons zien
weer leeg. Telt
onze botten legt ze
op een laken geordend forceps
scalpel hematoom het steriele
veld van een heelmeester
zonder veel wonden.
Dateert glazuur.
Lijmt brokken.
Neemt ons als wat
we zijn: minieme
monsters.
Aan lange tafels stelt hij ons
weer samen als menu’s. Onze kaken
wachten op hypothesen
om te verbijten te weerstaan
halvelings weg
te grijnzen in het licht
van niets nirwana
eeuwigheid – eerder
eenvormige dozen
voorzien
van een schools
etiket waarop in hoofdzaak
ontbrekende cijfers.

Gedicht door stadsdichter



ERWIN MORTIER


ter gelegenheid van de ingebruikname van “De Zwarte Doos”,
waar het Stadsarchief en de Dienst Stadsarcheologie
een nieuw onderkomen vonden.

Gent, 13 mei 2005