Ruitenheer sprak tot de klaverboer,
mag ik van jou de hartenvrouw?
Het hart brak van de klaverboer,
nooit geef ik jou mijn hartenvrouw,
ik blijf haar eeuwig trouw.
 
De ruitenheer was zeer bedroefd,
dat zag de schoppenvrouw,
zij ging een kaartje overslaan
en sprak voor ieder te verstaan
ik geef mijn hart aan jou.
 
De ruitenheer kwam in het nauw,
hij viel niet op de schoppenvrouw
maar door haar resoluut besluit
ging toch een venster naar haar uit,
nu heet zij mevrouw Ruit.

Uit de bundel "De voordracht" (2013)