Bij Vught dacht ik: ‘Hier is broer Jan gestorven’En 'k zag mijn vader, met zijn oud gezicht,
rood-opgezwollen toen het doodsbericht
zijn late leven toch nog had bedorven.
Voor moeder kwam een eind aan haar pakketten.
Zij streed, zolang Jan zat, met eigen wapen.
Stond aan 't fornuis haar moed bijeen te rapen.
Zond zeven broden - zeven tegenzetten.
En ook het reizen was achter de rug.
Zij gingen met de trein. Daar ligt het kamp.
Daar zit hij in, daar woont die ramp.
Dan zuchtten ze en gingen maar weer t'rug.
Ziet gij de boer de vredesakker ploegen?
Mijn moeder heeft Jan's foto op de kast gezet.
Mijn vader geeft in 't graf 'n antwoord aan die vroegen:
‘En d' oude man - hoe draagt hij het?’