Er is een inbrengwinkel,
men kan er alles kwijt
zoals bezorgdheid, pijn, verdriet,
angst, boosheid en ook spijt.

Jij komt er binnen en je ziet
dat velen staan te dringen
voor een bewerkte tafel
met jeugdherinneringen.
Men biedt hier ook goedkope troost
waarvan de voorraad slinkt
en jij ziet voor je hoe de moed
hen in de schoenen zinkt.
Je vindt geen steun, geen schouderklop.
Het personeel verzucht:
blijheid en vreugde zijn al op
er komt slechts leegte terug…

Gedreven door de Geest
ga jij achter die tafel staan,
je deelt en deelt blijmoedig,
er komt geen einde aan.
Als allen zijn verdwenen
met steun van God, die troost
stop je de leegte die je ziet
in een kartonnen doos,
je vult de lege schappen
met liefde van God
en zet de ontevredenheid
in ‘t magazijn, op slot.

De winkel krijgt weer inbreng
van vreugd en dankbaarheid,
de klanten krijgen vrede
en delen die ook uit.
In deze kringloopwinkel is
de klantenkring vergroot.
Er is veel moois te delen,
men vindt er Levensbrood.


Uit: "Verstillend Licht" (2012)