Met nieuwe oren
hoorde ze de zegen,
’t was al zo lang geleden,
stil onderging ze
deze mooie bede.
Er trok een rilling
door haar heen,
of ze voor ’t eerst
de woorden hoorde.
Hoe troostend was dit,
hoe sereen.

O Heer, verzuchtte ze,
dat U mij stoorde
in mijn verlatenheid,
ik ben niet meer alleen.

Uit: "Verstillend Licht" (2012)