Naast hem
lag een vrouw
die hij niet kende.
Hij was bewogen
om haar lot.
Ze was verguld
met een beschreven kaartje.
Zielsgelukkig
gaf ze het door
aan hem.

Hij las de woorden
uit het Woord van God.
Toen hij ze uitsprak
hoorde ze Zijn stem.

Ontroerd
door haar geloof
zag hij hoe
door een mistgordijn
een hand
naar hem toe schoof.


Uit de bundel "Verstillend Licht" (2012)