De mensenstroom
waarvan ik droom
komt langzaam
dichterbij
de woordenstromen
die tot mij komen
zijn vreemd-
bekend-
het stemt me
blij,


Is het een droom?
gedachtestroom?
die plotseling
overstroomt
in mij?


O dromen,
kabbelend
laat ik u binnen
komen
tot ik mee
stroom
in uw
droom.


Uit: Schijnbaar mens (2002)