Zie je Ruth lopen
met op haar rug
een zak vol gelezen aren,
zie je haar ogen
waarin de glans
van wat ze heeft ervaren?

Zie je Maria
die na het bezoek
van de engel begint te zingen,
zie je haar bewogen
hart, overmand door
zegeningen?

Twee begenadigde vrouwen,
vol geloofsvertrouwen,
in Ruth een ontluikende liefde
voor haar gevonden losser,
in Maria het groeiende Kind,
de komende Verlosser.

Zie ik mezelf
in het licht van de nacht
waarin ik vergeving vroeg?
Mijn Verlosser ziet mij,
Hij heeft het volbracht.
Zijn genade is mij genoeg.

In mijn ogen verschijnt
de glans van Ruth,
met Maria begin ik te zingen,
doordat mijn Verlosser leeft
voel ik mijn hart opspringen.


Uit de bundel "Het pinkstert" (2012)